Begrippenlijst: sloten, beslag en inbraakpreventie uitgelegd
De wereld van sloten en inbraakpreventie heeft een eigen jargon. Deze lijst legt de termen uit die je tegenkomt.
- Anti-snap
- Bescherming tegen afbreken van de cilinder op een zwak punt.
- Bijzetslot
- Extra slot in de deur naast het hoofdslot, ook nachtslot genoemd.
- Brug
- Verstevigend onderdeel in een cilinder, bij M&C van gehard staal tegen cilinderbreuk.
- Dievenklauw
- Stalen pen aan de scharnierzijde die de deur in het kozijn houdt.
- EN 12320
- Europese norm voor hangsloten, met beveiligingsklassen.
- Gevarenfunctie
- Cilinder die buiten met een sleutel opent, ook als er binnen een sleutel in zit.
- Insteekslot
- Slot dat in de rand van de deur wordt ingelaten.
- Kerntrekbeslag
- Beslag met een beschermplaat die kerntrekken tegengaat.
- Kerntrekken
- Aanval waarbij de kern uit de cilinder wordt getrokken.
- Meerpuntssluiting
- Slot dat de deur op meerdere punten in het kozijn vergrendelt.
- NEN 5089
- Nederlandse norm waaraan het SKG-keurmerk is gekoppeld.
- NEN 5096
- Norm waaraan een meerpuntssluiting voor het PKVW getest kan zijn.
- Oplegslot
- Slot dat op de binnenzijde van de deur wordt gemonteerd.
- PC-maat
- Afstand tussen het hart van de kruk en het hart van de cilinder, 55 of 72 mm.
- PKVW
- Politiekeurmerk Veilig Wonen.
- SKG
- Stichting Kwaliteit Gevelbouw. Het keurmerk toont met sterren de inbraakwerendheid.
- Sluitkom
- Onderdeel op het kozijn waarin de grendel van het slot valt.
- Uitsteek
- Hoever de cilinder buiten het beslag uitsteekt. Maximaal 3 mm.
- Veiligheidsbeslag
- Beslag aan de buitenkant dat de cilinder afdekt.
Meer lezen: de deurcheck en soorten deursloten.
Open over wie we zijn: MR Beveiliging verkoopt zelf sloten en beslag. Lees hoe we daarmee omgaan.